Hulpverlening.🤎

Gepubliceerd op 15 juni 2026 om 13:47

Onze weg binnen de hulpverlening

Schooluitval & braakfobie, daar begon het allemaal mee.

(Over de braakfobie lees je meer in de blog over autisme.)

Toen onze dochter uitviel op school wist ik me eerlijk gezegd geen raad meer.
We zagen een meisje dat vastliep, angstig werd en steeds minder zichzelf leek.

Ik voelde dat we hulp nodig hadden, maar had geen idee waar ik moest beginnen. 
Het eerste wat je doet is zoeken op internet wat moet ik doen, mijn kind wilt niet naar school.

Na veel zelf zoeken en lezen deed ik iets wat ik nog nooit eerder had gedaan. 
Ik pakte de telefoon en belde de gemeente...

Ik heb hulp nodig!

Niet omdat de gemeente zelf hulp verleent, maar omdat zij verantwoordelijk zijn voor veel vormen van jeugdhulp.

Aan de andere kant van de telefoon hoorde ze mijn hulpvraag, gelukkig!
Vrij snel kregen we te horen dat het Sociaal Kernteam (SKT) betrokken zou worden.

Het SKT kijkt samen met ouders welke ondersteuning nodig is en helpt bij het organiseren van passende hulp voor het gezin en het kind.

Tegelijkertijd maakten we ons grote zorgen over haar gezondheid.

Ze wilde nauwelijks nog eten en viel in korte tijd enorm af. Niet een paar gram, maar ruim 6 kilo in drie/vier weken tijd.
Voor een meisje van nog geen zes jaar oud was dat ontzettend veel.

Via de huisarts kregen we daarom een verwijzing naar een diëtiste.
Achteraf gezien kwam er alweer een hulpverlener bij in een rij die steeds langer werd.

Tijdens gesprekken met de huisarts spraken we ook onze zorgen uit over haar gedrag.
De angsten, de explosieve buien en natuurlijk het vastlopen op dagelijkse dingen. 

Daarop volgde een verwijzing naar een kinderpsycholoog in Den Haag.



De kinderpsycholoog

De eerste periode stond vooral in het teken van kennismaken en vertrouwen opbouwen.

Veel tekenen, spelletjes spelen en observeren.

Een kinderpsycholoog kijkt spelenderwijs naar hoe een kind denkt, voelt en reageert.
Zeker bij jonge kinderen gebeurt dat vaak via spel, tekeningen en gesprekken op hun eigen niveau.

Op dat moment dachten we nog dat alles draaide om haar braakfobie. Dus gingen we vol goede moed aan de slag.

Als we dit oplossen dan kunnen we weer verder…dat dacht ik tenminste.

Ruim acht maanden lang gingen we iedere week een uur naar therapie.

Er werd gepraat, gepraat en nog eens gepraat.
Er werd getekend en situaties nagebootst.
Stap voor stap werd geprobeerd haar angst rondom overgeven te verminderen.

Maar zodra het onderwerp ter sprake kwam, zag je de paniek ontstaan. 

De angst in haar ogen en de spanning in haar hele lichaam. 
Ze wilde het woord niet horen, niet uitspreken en soms mocht het woord niet eens op papier geschreven worden.

Ze moest haar ogen sluiten en situaties voor zich halen, voor haar was dat enorm zwaar. 
Ik zag hoe zwaar ze het hiermee had en dat brak me hart.

Ik kan me herinneren dat echt dacht: dit zit veel dieper dan ik dacht!
Pfff...wat was dit confronterend kan ik je vertellen.

ik dacht echt dat ik wist hoe groot haar angst was, tot ik haar daar zag zitten. 
Ik besefte me dat dit veel verder ging dan gewone angst. Ook schrok ik er echt van!
Dit beheerste haar onschuldige, kleine leventje.

Ik zat naast haar of ze zat bij me op schoot.
Vanaf het begin zijn wij bij iedere sessie aanwezig geweest. Zij vond dit zelf fijn en het stelde haar ook gerust dat ik bij haar was.
Ook wilde ik begrijpen wat er in haar omging.

Maar ondanks alle inzet leek niets echt te helpen.


EMDR

Op een gegeven moment kwamen we ook uit bij EMDR. Vol goede hoop natuurlijk, want als ouder grijp je alles aan wat je kind misschien kan helpen.

Hoe dat traject verliep, wat wij ervan geleerd hebben en waarom het uiteindelijk niet bracht waar we op hoopten, lees je in een aparte blog.

Dat verhaal verdient namelijk meer ruimte! 





Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.