Toen ik deze gastenblog las, voelde ik vooral hoeveel liefde erin zit.
Liefde voor ouders, voor een partner, voor een kind, voor familie en vrienden.
Ik ben dankbaar dat ik dit verhaal van de mantelzorgende dochter hier mag delen.
Soms verlang je gewoon even naar rust.
Er zijn van die periodes in je leven waarin je denkt: nu kan het toch niet nog meer worden?
En dan gebeurt er toch weer iets.
Mijn moeder was altijd een ontzettend zelfstandige vrouw. Een vrouw die haar eigen boontjes kon doppen, haar eigen beslissingen nam en vooral niemand nodig leek te hebben.
Tot Alzheimer langzaam maar zeker bezit van haar begon te nemen.
Voordat ze uiteindelijk meeging naar de dokter, was er al heel wat gedoe aan voorafgegaan.
Ze wilde niet.
Wilde niet toegeven dat er iets aan de hand was. En misschien wilden wij het zelf ook niet echt zien.
Want hoe kan de vrouw die altijd zo sterk en zelfstandig was ineens hulp nodig hebben?
Maar de ziekte liet zich niet tegenhouden.
Langzaam veranderde mijn moeder in een hoopje ellende. De vrouw die ze ooit was, steeds verder naar de achtergrond verdwijnend.
Zes jaar geleden kwam ze tijdens de coronaperiode na een crisisopname in het verpleeghuis terecht. Inmiddels woont ze daar al zes jaar.
Zes jaar van zorgen, verdriet, schuldgevoel, machteloosheid en steeds weer afscheid nemen van kleine stukjes van de moeder die ik kende.
En ondertussen was daar mijn vader.
Ik heb hem zien instorten. Letterlijk en figuurlijk.
Een man die iedere dag huilde, omdat het verdriet om mijn moeder hem te veel werd. En alsof dat nog niet genoeg was, kwamen daar de afgelopen drie jaar de zorgen om zijn eigen gezondheid bij.
Collapsen. Meerdere keren. Soms werd hij gereanimeerd.
Na het plaatsen van een pacemaker ging het gelukkig iets beter. Maar de angst verdween nooit. Integendeel.
Mijn telefoon kon 's avonds of midden in de nacht gaan en dan wist ik eigenlijk al hoe laat het was.
Mijn vader lag ergens op de grond.
Wakker geworden na een nieuwe collaps.
En ik stond weer aan.
Terwijl mijn wekker iedere ochtend om 04.45 uur ging. Want ondanks alles ging mijn leven door.
Vijf dagen per week naar mijn werk.
Alsof er niets aan de hand was.
Maar natuurlijk was er wel iets aan de hand. Er was álles aan de hand.
En dan kwam dit jaar.
Het jaar waarin het allemaal wel heel veel werd.
De vakantie waar we zo naar hadden uitgekeken, viel ontzettend tegen.
Het weer werkte niet mee, maar eigenlijk was dat niet eens het grootste probleem. In mijn hoofd zat voortdurend de spanning om mijn moeder.
We hadden dit jaar besloten te stoppen met haar medicatie. Niet omdat we haar in de steek wilden laten, maar juist omdat we hoopten dat er eindelijk een einde zou komen aan haar lijden.
Maar niets was minder waar.
Ook dat bracht weer verdriet en machteloosheid.
En alsof mijn eigen ouders nog niet genoeg zorgen met zich meebrachten, stond ook mijn dochter ineens weer thuis.
Na een relatie van drie jaar, waarvan uiteindelijk zes weken samenwonen, viel haar droom in duigen.
Een illusie armer en geld armer, weer terug naar huis.
Mijn man kreeg een burn-out.
Daar kwam ook nog een foutief borstonderzoek bovenop.
Een periode van enorme stress en angst, waarin je gedachten alle kanten op gaan.
Waarin je ziet hoeveel stress dit ook bij je man geeft, waardoor je eigen angst even opzij moet om overeind te blijven. Gelukkig bleek uiteindelijk dat het goed was.
Gelukkig.
Maar ondertussen was mijn rug ook al een tijd aan het kwakkelen. Pijn, ongemak, zorgen.
Alleen... daar was even geen tijd voor.
Want wanneer heb je tijd om zelf stil te staan als iedereen om je heen je nodig heeft? En toen kwam eindelijk de vakantie naar Parga.
Griekenland.
Rust.
Dachten we.
Even weg van alles. Even geen ziekenhuis. Geen telefoontjes. Geen zorgen. Geen werk. Geen 04.45 uur opstaan.
Maar op dag twee ging het alweer mis.
Ik kreeg ontzettend slecht zicht in mijn rechteroog.
Weer zorgen.
Weer spanning.
Bij thuiskomst meteen de dokter gebeld. Ook daar kwamen weer de nodige toestanden bij kijken, maar gelukkig kwam ook dat uiteindelijk weer goed.
Je haalt adem.
En dan gaat de telefoon.
Mijn vader kon op 6 juli geopereerd worden voor het plaatsen van een nieuwe knie.
En vanaf dat moment leek het alsof de achtbaan opnieuw begon.
De operatie op zich ging goed. Daarna een paar dagen revalidatie. Vervolgens werd hij te vroeg naar huis gestuurd.
De eerste week leek het redelijk te gaan.
Maar daarna ging het mis.
Ziekenhuis in.
Weer naar huis.
Weer ziekenhuis.
Opnieuw bijna een week opgenomen.
En opnieuw naar huis.
Ondertussen kwamen de telefoontjes.
Steeds maar weer.
En aan de andere kant van de lijn hoorde ik mijn vader huilen.
Ik werd steeds van mijn werk weggeroepen. Rennen, regelen, zorgen. Proberen sterk te blijven terwijl je vanbinnen langzaam opraakt.
Tot die zondagochtend.
Acht uur.
De telefoon ging.
Mijn vader aan de lijn.
Maar deze keer was hij niet overstuur.
Hij was ijzig kalm.
En juist dat maakte het zo ontzettend beangstigend.
Hij zei dat hij niet meer wilde leven.
Op zo'n moment gaat alles op de automatische piloot. Je denkt niet meer na over jezelf.
Je regelt. Je belt. Je zoekt hulp.
Je probeert alles in beweging te krijgen.
Na heel veel gedoe lukte het uiteindelijk om opnieuw een opname in de revalidatie te regelen.
De dag ervoor was er nog een CT-scan gemaakt.
Maar bij de opname in de revalidatie ging het opnieuw mis.
Met spoed naar het ziekenhuis.
Een dotterbehandeling.
Twee lekkende bloedvaten bij de knie.
Weer een ziekenhuis.
Weer wachten.
Weer angst.
Weer dat machteloze gevoel.
En ergens tussen al die ziekenhuizen, telefoontjes, tranen, werk, zorgen en nachten waarin ik nauwelijks slaap, vraag ik me soms af:
Wanneer is het genoeg?
Niet omdat ik niet meer van mijn ouders houd.
Juist omdat ik zoveel van ze houd.
Niet omdat ik niet voor ze wil zorgen.
Maar omdat zorgen soms betekent dat je jezelf steeds een beetje verder wegcijfert.
Ik ben dochter.
Ik ben moeder.
Ik ben oma.
Ik ben vrouw.
Ik ben werknemer.
Ik probeer er voor iedereen te zijn.
Maar ergens ben ik ook gewoon mezelf.
Een vrouw die soms moe is. Die soms verdrietig is. Die soms boos is. Die soms gewoon even helemaal niets wil.
Geen telefoon.
Geen ziekenhuis.
Geen slecht nieuws.
Geen zorgen.
Gewoon stilte.
Rust.
Misschien is dat wel wat ik het allermeest verlang.
Niet naar een ander leven.
Niet naar minder liefde.
Maar gewoon...
naar een paar dagen waarin niemand iets van me nodig heeft.
Waarin ik mijn ogen open doe zonder meteen bang te zijn voor wat de dag gaat brengen.
Waarin mijn telefoon stil blijft.
Waarin ik niet hoef te rennen.
Waarin ik niet sterk hoef te zijn.
Gewoon even ademhalen.
Want na alles wat er de afgelopen jaren is gebeurd, weet ik één ding zeker:
ik hoef niet sterker te worden.
Ik bén al zo ontzettend lang sterk.
Misschien mag ik nu eindelijk ook eens moe zijn.
Wat ik nog wel gezegd wil hebben is dat mijn man, ondanks zijn burn-out (die hij ook een beetje wegmoffelt), altijd meegaat, mij opvangt, er simpelweg is!!
Zo ook mijn dochter, zij doet ook veel voor haar opa (sinds ze terug is eigenlijk), maar ze draait natuurlijk veel onregelmatige diensten. Maar dan nog...
Veel lieve vrienden en vriendinnen die altijd hun schouder bieden.... maar als kind van mijn ouders sta ik er wel veel alleen voor, zeg maar..
En mijn man gaat naar de psycholoog, maar ik denk soms dat hij de ernst er niet van inziet... is in mijn ogen te vroeg weer begonnen met werken.
Daar maak ik mij soms ook bezorgd over, maar het gaat absoluut al veel beter dan begin van het jaar.
En... wat heel belangrijk is en wat wij vaak benoemen; we zijn er voor elkaar!
Daar waar anderen elkaar verliezen in moeilijke tijden, lijken wij nog meer jut&jul, peppie&kokkie, Jip&Janneke te worden... haha en dat is fijn! πβ€οΈπ₯°
Er is liefde, er is steun en ondanks alles zijn ze er voor elkaar.
Aan de schrijver van deze gastenblog;
Dankjewel dat je dit zo eerlijk hebt willen delen.
Ik hoop dat je weet dat je verhaal is aangekomen en dat je gezien en gehoord wordt.
Het allerbelangrijkste lieve schrijver, je hoeft niet altijd sterk te zijn...
Je mag ook gewoon even moe zijn.
Herken jij jezelf in dit verhaal? Of zorg jij ook voor iemand en vraag je jezelf soms af, maar wie zorgt er eigenlijk voor mij?
Laat gerust een reactie achter.
Soms helpt het al om te weten dat je niet de enige bent. π€
Reactie plaatsen
Reacties
Super mooi geschreven. Wij zijn er ook altijd waar we kunnen helpen! β€οΈ